Leon de Winter - God’s gym (2002)

Een mooi boek dat ik veel te vroeg uit had. Spannend, meeslepend, ik val van de ene verbazing in de andere over gebeurtenissen die zich in ijl tempo aan me voorbijtrekken. Het doet me denken aan ander werk van De Winter als Het recht op terugkeer, VSV en De ruimte van Sokolov. Maar deze keer vind ik dat het wat langer had gekund, iets meer uitgesponnen om de vele wetenschappelijke details en de religieuze concepten op me te laten inwerken. Ik wil meer, en nu het boek uit is en ik voor een beter begrip de 12 omstandigheden, de samenloop ervan en het vervolg daarop aan het eind nogmaals heb gelezen voel ik me, zoals gebruikelijk bij een boeiend boek waarvan de laatste bladzijde is omgeslagen, verweesd en verdrietig dat de spanning weg is.
22 december 2000, 12.31 uur
Joop Koopman, door Amerikanen in Californië steevast uitgesproken als ‘Koepm’n’ verhuist naar Los Angeles waar hij filmscripts schrijft. Het avontuur begint hij samen met Ellen die er ook werk vindt, maar dat gaat al rap mis. Intussen is dochter Mirjam geboren die na de scheiding bij Joop blijft wonen.
De roman begint met twaalf (!) omstandigheden die tezamen leiden naar een fataal motorongeluk waarin Mirjam ernstig gewond raakt, waardoor ze later in het ziekenhuis overlijdt. Ze zat achter op de motor bij God, kort voor Godzilla, de eigenaar van de gym waar Mirjam regelmatig kwam sporten. God, eigenlijk Errol geheten, is een populaire Afro-Amerikaan, sportinstructeur met een gespierd lichaam, een indrukwekkende verschijning. Het was een bizar ongeluk op de Pacific Coast Highway (PCH…!): de motor gleed uit over een oliespoor op het wegdek, Mirjam viel en werd geschept door een tegemoetkomende auto, terwijl God er ongeschonden afkomt, hij heeft geen schrammetje.
Smart
God belt niet veel later aan bij de radeloze en rouwende Joop omdat hij zich het verlies van diens dochter zeer aantrekt wetende dat het weliswaar zijn schuld is maar dat hij er niets aan kon doen. God stelt zijn leven in dienst van Joop, hij wil hem helpen, als troost maar ook omdat hij wil doorgronden hoe dit bizarre ongeluk kon gebeuren. Joop vindt het aanvankelijk een idioot idee, maar God houdt vol en trekt dan tijdelijk bij Joop in. God duikt vervolgens in allerlei theorieën en ideeën en schrijft een stuk over de 12 omstandigheden waar het boek mee begint en eindigt: twaalf ogenschijnlijk los van elkaar staande verhalen en wetenschappelijke feiten, te beginnen bij het uiteenvallen van Pangea tot het verhaal van wetenschapper Elaine Jacobs die werkte aan de snaartheorie, en een broodjeszaak aan de PCH met een oorsprong in Frankrijk, die samenkomen en ogenschijnlijk leiden tot de dood van Joops dochter. Er ontstaat een bizarre maar warme vriendschap tussen Errol en Joop. Na het ongeluk staat Joop toe dat het Mirjams hart mag worden gebruikt voor transplantatie. Dat gebeurt op voorwaarde van anonimiteit.
Mocro
Ondertussen is Philip op het toneel verschenen, een Hollandse Israëliër die in LA is om een Marokkaanse crimineel Omar van Lieshout (achternaam van zijn moeder) te schaduwen, een klusje waarbij hij Joop om hulp vraagt. Joop en Philip kennen elkaar van vroeger op school, maar Joop twijfelt na een poosje over het plan om Omar te bespioneren. Toch staat het idee Joop wel aan omdat hij inmiddels op zwart zaad zit en het geld goed kan gebruiken. Joop en Omar maken kennis in een van de chique restaurants aan het strand en er ontstaat een vriendschap waarbij Joop het nalaat om Philip hierover te informeren. Ze gaan samen in de auto naar San Francisco en aan het stuur onthult Omar zijn verhaal in de hoop dat Joop hier een film van zou maken. Gaandeweg voelt Joop sympathie voor Omar en Joop besluit het spionagewerk te laten voor wat het is, tot ongenoegen van Philip.
Linda
Joop krijgt een telefoontje van Linda en ze zien elkaar na lange tijd weer. De twee groeiden samen op, hun grootvaders waren broers. Er bloeit (weer?) een liefde op tussen de twee. Dan neemt Linda Joop mee naar Usso Apury, die groot nieuws blijkt te hebben. Apury is boeddhist en Linda dweept met hem en zijn leer. Daar moet Joop eigenlijk niets van hebben, maar omdat er een relatie in de lucht hangt wordt hij toegefelijker en Joop laat zich uiteindelijk verleiden om naar een ontmoeting met Usso en een Zwitserse bankier te gaan. Daar wordt onthult dat Usso de reïncarnatie is van de grootvader van Joop, die in een concentratiekamp is vermoord. Ook wordt duidelijk dat deze een groot fortuin heeft nagelaten dat terechtkwam bij een Zwitserse bank, en door tussenkomst van Apury (en Linda) mag Joop als rechtmatige erfgenaam hierop nu aanspraak maken. Maar even later blijkt dat deze loop der gebeurtenissen allemaal fake is, en dit gaat me nu allemaal iets te snel. Niks miljonair dus?
Mirjam
Joop besluit dat hij toch wil ontdekken wie de ontvanger is van het hart van zijn overleden dochter. Hij krijgt beleefde maar ontwijkende antwoorden uit het ziekenhuis en trekt wegens privacy aan het kortste eind. Maar na de ontmoeting met Omar besluit hij dat hij diens contacten uit de hackersgemeenschap beter zou kunnen inzetten om te achterhalen wie de ontvanger van Mirjams hart is, en dat gebeurt, om vervolgens te ontdekken dat Philip er al die tijd van op de hoogte blijkt te zijn geweest. Dat wordt pas duidelijk tegen het einde van de roman. Philip onthult de verwarde Joop dat de ontvanger de 19-jarige ‘Alia’ (Hebreeuws ‘Aliya’ is de terugkeer naar Israël) is in Portland. Daar ontmoet Joop haar ook kortstondig.
Einde?
Hoe het nu precies afloopt met Omar is mij niet helemaal duidelijk. Het lijkt alsof het contact met Philip en daarmee gedeeltelijk ook de Joodse achtergrond bij dit verhaal een soort afleidingsmanoeuvre is voor het werkelijke verhaal, namelijk dat de zoektocht naar het hart van zijn dochter. En daarmee is het einde van dit boek nogal abrupt, voor mij niet helemaal begrijpelijk en daarmee wat onbevredigend. Een kniesoor, denk ik dan maar en desalniettemin raad ik iedereen dit boek van harte aan: boeiend, vlot van stijl en spannend.
Geraadpleegd


