Lizzy van Leeuwen - Indra, een wayangleven, biografie van Leo Broekveldt (1906-1992)

Het boek stond al een tijdje onaangeroerd in de boekenkast, maar na een geslaagd dinertje met de vrienden van wie ik het boek had gekregen, dacht ik: nu wordt het tijd.

Bewondering

Een indrukwekkende biografie, ik bewonder de onderzoekende en objectieve, journalistieke schrijfstijl van Van Leeuwen, niets dan lof voor deze historische zoektocht naar de persoon achter het imago van de danser of ‘folklorist’ zoals ik op het internet ook aantref. Interessant om te lezen over het wel en wee van deze Leetje, later omgedoopt tot Indra Kamadjojo, zoon van Indische Mien Zijdel en ‘totok’ Haagse hoge ambtenaar Frederik Broekveldt, een ‘Indo’ zogezegd geboren in Oost-Java.

Haagse Bluf

Maar helaas vind ik hem ook na 321 pagina’s (plus noten, bronnen en register) niet bijzonder sympathiek, het lukt me niet om hem echt aardig te vinden. Dat zal liggen aan het feit dat hij zijn hele leven tegen de buitenwereld heeft verteld dat hij Javaans koninklijk keratonbloed had, en alleen dat gegeven al verpest het voor mij: oneerlijkheid voor de bühne, letterlijk.

Carrière

Hij voerde een groot deel van zijn leven deels zelfgemaakte Javaanse dansen op, onder andere jarenlang voor het Tropenmuseum. Voor al zijn functies in diverse besturen van dansorganisaties - die, zo lees ik, in de jaren in en na de Tweede Wereldoorlog een cultuuroorlog uitvochten waar je u tegen zegt, het was haat, nijd en afgunst wegens het ontbreken aan serieuze waardering, belangstelling en navenante subsidiëring  -  heeft hij zelfs een lintje gekregen. Hij was internationaal gevierd omdat hij tot vier jaar voor zijn dood actief was als docent dans en yoga. Hij was te zien als de (onrealistische) dronken regent van het fictieve Ngadjiwa in de verfilming van De stille kracht (1974), en ik heb speciaal voor dit ‘project’ de DVD-serie ervan in huis gehaald en bekeken, met de fameuze scène van Pleuni Touw die hysterisch en poedelnaakt in de kamar mandi rijkelijk rode sirihfluimen over zich heen krijgt. Hij was te gast in de Late late Lien Lien show door Wieteke van Dort en tv-serie Simon Winner (1989). Aan hem was een fotocollage gewijd in restaurant Kantjil en De Tijger aan de Spuistraat, een werkelijk indrukwekkend mozaïek gemaakt van de foto’s van alle mensen die er ooit hebben gewerkt. Ik zag trouwens dat het restaurant nu failliet is en dat het Parool december 2025 schreef over de illegale sloop van het pand.

Maar nee, het theatrale aan hem en het verkopen van halve leugens is iets waar ik geen waardering voor kan opbrengen. Ja, ik snap dat hij e.e.a. moest doen om brood op de plank te krijgen, hij was tenslotte getrouwd met Tine in 1935 en had een zoon Peter (en vervolgens twee kleinzonen) en dat alles gaf verantwoordelijkheid. Leo blijft op afstand, en dat zou wel eens precies de bedoeling van Lizzy geweest kunnen zijn.

Bewondering, ja dat heb ik zeker, voor zijn doorzettingsvermogen, zijn handigheid, zijn inspanningen om een brug te willen slaan tussen het naoorlogse Nederland en ‘ons verloren Insulinde’. Het is bovendien triest om te lezen dat Indra ergens in de jaren 70-80 uit de mode raakte en er ook rondom tante Lien en Tjalie Robinson een soort richtingenstrijd uitbrak of onenigheid over het karakter van de Late show en of het al dan niet voor de kleine Indische Kleine Luyden bedoeld was, inclusief het gezellige petjo. Ook grappig vond ik zijn inspanningen om een alternatief Indië te scheppen in de wijk El Atabal in Málaga. Ik zie het allemaal voor me. En toch blijft Indra bij mij op het netvlies staan als een beetje een charlatan, een getalenteerde leugenaar om bestwil, als een gedreven maar ergens gemankeerde uitdrager van het Nederlands-Indisch cultuurgoed, maar daar doe ik hem zeker en vast mee tekort.

Dansoorlog

De uitwijdingen over de danswereld en de rol in het leven van Indra van onder meer Igor Schwezoff, Sonia Gaskell en vele anderen deed me af en toe geeuwen, maar eigenlijk maakte dat het verhaal alleen maar genuanceerder, het betekend voor mij in ieder geval een kennismaking met een totaal onbekende wereld.

Verloren

In mijn recensie van ‘Revolusi’ zei ik dat Nederlands-Indië niet van mij is want ik ben gevoelsmatig een zoon van Indonesië vanaf 1995. Daarvoor had ik er geen enkele binding mee, dus het gevoel van ‘onze’ koloniale geschiedenis en ‘onze gordel van smaragd’ was en is mij nog steeds vreemd. Dat Leo zich zo heeft ingespannen om die dichterbij te brengen in combinatie met de uitermate gevoelige verhoudingen ook binnen de Indische gemeenschap zelf maken me kopschuw. Nee, ik schuif het zelfs van me af, misschien wel omdat ik er nu na zoveel jaar tóch iets mee dreig te krijgen.

Wie?

De broer van Leo, hoe heette hij ook alweer?, blijft nagenoeg uit beeld in dit boek. Indra had nauwelijks contact met hem en mijn indruk was dat hun karakters niet erg compatibel waren, maar omdat ik daar weinig over lees, maakt het me des te nieuwsgieriger, misschien ook omdat ik wel eens uit het perspectief van die broer had willen meekijken naar hun gezinsleven in Java en vervolgens in Nederland.

Mokum

Ook grappig was het te lezen hoe Indra, Tine en Peter jaren aan het Weteringsplantsoen hier in Amsterdam woonden met als buurman Simon Carmiggelt. En ikzelf kwam in Amsterdam wonen rond de sterfdatum van Indra op 7 september 1992. Maar toen was ik nog geheel onwetend aangaande de ins en outs van onze ex-koloniale verhoudingen. Een ware ontdekkingstocht was het, hulde aan Lizzy!

social linkedin box white 24design: Caro Dijkman tekst: G.Dijkman