Maarten Asscher – Een huis in Engeland, roman van een kleinzoon (2020)

Et in Arcadia...

Op een donderdagmiddag geplukt uit de straatbieb Weesperzijde, wat een genot! Het boek van 238 bladzijden is uitgegeven in hardcover in redelijk grote letters, en in de eerste zes pagina’s zijn allerlei onderstrepingen met potlood te zien, een eerdere kritische lezer heeft zich kennelijk nogal druk gemaakt. De roman is opgedragen aan de jongere broer van de schrijver, Erik Asscher, met als motto ‘Voor Erik, et in Arcadia tu’, en dat vind ik een curieuze verwijzing naar het verleden want in één van mijn lievelingsboeken Brideshead Revisited, 40 jaar geleden gelezen, is het motto ‘Et in Arcadia ego’.

Een van die potloodstrepen betrof ‘Oa’, de grootvader van de schrijver. Maarten Asscher schetst een levensecht portret van zijn grootouders in hun huis aan 34 Pensford Avenue, Kew, Londen. Het huis wordt uitgebreid beschreven, in alle mogelijke details wordt liefdevol een beeld neergezet van alles wat er zich in dit huis en de tuin erachter bevond tijdens de zomervakanties van de beide broers Maarten en Erik. Ik kan me voorstellen dat de criticaster bij het onderstreepte woord ‘Oa’ protesteerde omdat hij vond dat het ‘opa’ moest zijn, maar dat legt de schrijver zelf aan het begin meteen uit. Zo werd zijn grootvader altijd genoemd, het had voor de beide broers toen betekenis, net als het altijd oma Roosje was, meisjesnaam van der Molen.

Oa en oma Roosje krijgen iedere zomer in de jaren 70 hun kleinzoons Maarten en Erik te logeren. En dat is elke keer weer een feest voor zowel grootouders als kleinkinderen. Als Maarten op veel latere leeftijd last krijgt van slapeloosheid, valt hem het plan in om dan maar zijn slapeloze uren te vullen met het in gedachten nalopen van het huis aan Pensford Avenue, de bezoekjes aan Kew Gardens en de uitstapjes met de immer blinkend gepoetste Rover van opa, die dan met oma al kibbelend in de auto plaatsnamen, een terugkerend ritueel, in het kader van nooit aflatende onmin over hoe precies bepaalde Engelse woorden dienden te worden uitgesproken. Oa had de Engelse nationaliteit, en die wist het natuurlijk beter, maar oma wilde altijd het laatste woord.

Het Palm House van de botanische tuinen van Kew, Londen (foto G.Dijkman, 28 augustus 2024)

Het zal toeval zijn, maar ik vind het frappant dat ik augustus 2024 zelf Royal Botanic Gardens, Kew voor de eerste keer heb bezocht, en dat vond ik prachtig! Ook was het toen net zo warm als in dit boek, het was tijdens mijn bezoek liefst 27 graden! Ja, de sfeer is precies dezelfde. En met de woorden van Maarten Asscher hervind ik precies dezelfde, bijna kinderlijke verwondering, echt heerlijk om dit te lezen!

De oorlog

Natuurlijk wordt er ook, weliswaar nogal minimalistisch vind ik, aandacht geschonken aan het joodse aspect van het verhaal, van hoe Oa en oma terechtkwamen in Westerbork, en hoe ze daar in 1943 uitkwamen door een slimme joodse advocaat die documenten wist te produceren die gebaseerd waren op een vermeende Arische vader van Oa. Dat gemengde huwelijk heeft hen gered, en dat de schrijver er überhaupt is, is te danken aan die advocaat die de Nazi-Duitsers vakkundig om de tuin wist te leiden. Maar het verhaal van hun korte tijd in een concentratiekamp is te dun, naar mijn smaak, om evenwicht te bieden dat ik nodig vind voor deze roman.

Bijna aan het einde van het boek blijkt dat er ook de mogelijke adoptie speelde van de tweelingdochters van de in Auschwitz overleden jongere zus (en haar man) van oma Roosje. Die twee kinderen had Oa geweigerd op te nemen, hetgeen reden voor Oa was om aan het begin van de jaren ’50 voor Shell naar Londen te verhuizen want hij had geen zin in kinderen, zo verneemt de schrijver van een stokoude tante. En dat zit de schrijver niet lekker want hij zou dan gevoelsmatig afstand moeten nemen tot zijn geliefde Oa en oma. Hij zou dan zijn nostalgische herinneringen opnieuw moeten inkleuren in minder roze tinten. En daar was hij niet klaar voor. Hij heeft het verhaal bij elkaar moeten sprokkelen aan de hand van schaars nagelaten brieven, enkele foto’s na het overlijden van zijn eigen vader, wat krantenartikelen, maar dankzij naarstig speuren onder andere op het internet krijgt hij toch een verhaal rond. Ook de ouders van Maarten worden zorgvuldig buiten beeld gehouden, zijn vader had een slechte relatie met diens vader (de opa van Maarten) maar daar wordt slechts oppervlakkig op ingegaan. De schrijver excuseert zich in de epiloog voor eventueel leed dat hij zijn familie kan hebben aangedaan.

Geen detective

Met andere woorden, er zijn drie elementen die de nostalgische vertelling verstoren. Maar op de een of andere manier vind ik dat niet genoeg. Zit ik dan per se te wachten op meer ellende? Nou nee, maar ik had deze roman op een wat aantrekkelijkere manier vormgegeven, spannender, het voelt een beetje te vrijblijvend lief, zacht, braaf zelfs, rozengeur met zo hier en daar een smetje. Ik had er misschien iets van gemaakt dat lijkt op een thriller, met boeiende elementen die de lezer vooruit trekken, zodat de lezer met links en rechts allerlei prachtige jeugdherinneringen vooral op zoek is naar ontbrekende stukjes van een puzzel. Die spanning voelde ik niet. En alhoewel het einde van de roman verhaalt over de tweelingzusjes, en hoe dit gegeven niet goed lag in de familie en waarom de schrijver zich nu afvraagt of hij zijn oordeel over zijn geliefde Oa zou moeten bijstellen, denk ik steeds: het is niet in balans, de structuur van deze roman zit niet goed in elkaar. Ik had er wellicht iets meer fictie in gestopt, het iets meer geromantiseerd, het iets meer geschreven in de richting van een ‘who done it’. Maar misschien is dit slechts ‘zever van de wal’ want het leest allemaal heerlijk zoet. Ik leef geboeid mee met de insommnia-nachten van de schrijver.

Bankje in Kew

Leuk is ook om te lezen hoe de schrijver samen met broer Erik in Kew Gardens hebben geijverd voor een klein bordje op een bankje daar ter nagedachtenis aan hun grootouders, die ze hierdoor met liefde gedenken. En hoe Maarten stelt dat hij zijn twee dochters nog eens wil laten zien waar het plakkaatje in het park is aangebracht. Zucht… zoveel nostalgische herinneringen aan zonovergoten zomers in Londen bij Oa en oma Roosje… ik zal er later nog eens een hoofdstukje uit herlezen.

social linkedin box white 24design: Caro Dijkman tekst: G.Dijkman